pietertje2.nl

GASTENBOEK

156 berichten, 16 pagina's 
«  11  12  13  14  15  » 
18-08-2008
Geplaatst door:
varen over de baren

hoop dat jullie veel blauw uit onderstaand gedicht tegen komen in de rest van jullie vacantie.

Zet het blauw
van de zee
tegen het blauw van de
hemel veeg
er het wit
van een zeil
in en de wind steekt op.

17-08-2008
Geplaatst door: Hans Lodeizen

de moeheid in een bootje
roeit langs geweldige steden
die drijven ieder een eiland
langs de kust van het
gefantazeerde intellect.

17-08-2008
Geplaatst door: antoinette

Zo, dat was spannend! Nu zijn jullie ware zeehelden.
kusknuf

16-08-2008
Geplaatst door: Jacques Hamelink
La bouteille a la mer

Ook vandaag is versperd
door dikhuidigen, riffen.
Dunwandigheid, waar iemands woord
zich in verbergen moet
om mogelijkerwijs aan te spoelen op een strand
van louter oorschelpen,
morgen.

15-08-2008
Geplaatst door: J.P. Guepin
de vrouw achter de bar in Groningen over het dicht

Als je tot vijf uur hebt gedronken
en je slaapt even en
om half zeven
word je gewekt om te gaan vissen
en je hebt nog nooit gevist
en je ziet die golfjes op je af komen,
dat is een gedicht!

14-08-2008
Geplaatst door:
op naar huis!

Op weg naar huis, we zullen duimen!
Het weer is in NL nogal wisselvallig de laatste weken en op passageweather.com zag ik dat de windverwachting de komende dagen de windsterkte niet al te gek is, helaas bij tijd en wijlen wel op kop.

Eenmaal in Whitby is het tikken naar huis, we hopen jullie spoedig weer te mogen verwelkomen met een Hollands biertje, dat moet dan toch wel weer smaken na al dat Engelse bier

Toy, Toy

Arthur

14-08-2008
Geplaatst door: C.B.Vaandrager
golven

Raadselachtige afwijkingen:
berge, beugels, vuilpijpe, ijsbulte,
zeep. Op vorm:
bobbels, bochels, boogjes,
bergjes van water, hobbeltjes,
krulle, rimpuls.
De Maas. Dit ventje heeft veel gevare.
Geheelaansgouwing verkeerd geduid:
strome, water, zee.
Op wat anders gelet dan gevraag:
boot, sguime.

14-08-2008
Geplaatst door: Antoinette
duimen

Lieve Pico's,
Wij zullen ons suf duimen! Goede reis en keep it cool.
xxx

13-08-2008
Geplaatst door:
eerst varen, dan leven

Lieve Pien, Beste Hilco, Ik ben er een beetje laat achtergekomen dat juillie een logboek op het net zetten. Maar ik heb er nu toch van genoten. Bijna thuis, maar dan toch nog een mariteme bijdrage. Tot in de Penny Pean. Groeten,
Rien Vr. en Ineke

Arthur Rimbaud

De dronken boot

Toen ik dan meedreef op de rustige Rivieren,
Kon ik de slepers op het pad niet meer verdragen:
Roodhuiden hadden hen naakt en met luid tieren
Als schietschijf aan de bonte totempaal geslagen.

Onverschillig was ik voor bemanning aan boord,
Volgestouwd met Engelse katoen of Vlaams graan.
Toen met de slepers ook die kreten waren gesmoord,
Lieten de Stromen mij drijven waar ik wilde gaan.

Dover dan een kinderziel, die winterdagen,
Snelde ik door het woest geklots van de getijden
En de Schiereilanden die waren losgeslagen,
Hadden nooit van dit spektakel zo te lijden.

In de gezegende storm ben ik maritiem ontwaakt.
En lichter dan een kurk dreef ik op elk getij,
Dat, zegt men, eeuwig slachtoffers maakt,
Tien nachten liet ik de stomme bakens achter mij!

Zoeter dan kinderen zuur appelvlees zal smaken,
Drong het groene sop in mijn romp van hout en pek
En spoelde de blauwe wijn en de troep van 't bra¬ken
Weg, sloeg ook mijn anker en helmstok van het dek.

En sindsdien heb ik mij gebaad in het Gedicht
Van de Zee, melkwit en met sterren doorstraald,
Het groen azuur; waar soms als een vlot zo licht
En losgeslagen een drenkeling peinzend onder gaat;

Waar, plotseling het blauw verkleurend, vervoering
En trage ritmes in het gouden ochtendgloren groeit,
Sterker dan alcohol, groter van lyrische ontroe¬ring,
De bittere, rosse gloed van de liefde gist en broeit!

Ik ken de luchten door bliksems gespleten, de hoge
Hozen, de branding en de stroom; ik ken de nacht,
Zonsopgang, als een volk van duiven opgevlogen,
En soms zag ik wat de mens te aanschouwen dacht!


Ik zag de lage zon, bezoedeld met de mystieke
Verschrikkingen, in violette schijn gestold,
Zoals acteurs in de tragedies van de antieken,
De golfslag als een ver geklep van luiken rolt!

Ik droomde de groene nacht met sneeuwlandschappen,
Een kus die langzaam de ogen van de zeeën raakt,
De omloop van de ongehoorde plantensappen
En hoe zingend fosfor geel en blauw ontwaakt!

Ik volgde, maandenlang, loeiend als een kudde vee
De deining die in een stormloop de klippen bespringt,
Zonder te bedenken dat Madonna's met lichte tree
De muil van de dampende Oceanen bindt en dwingt.

Ik stootte op fantastische Florida's waar, ongelogen,
De bloemen zich mengden in de ogen van panters
Met mensenhuid! Onder de kim der zee de regenbo¬gen,
Teugels waarmee de groene kudde werd ingespannen!

Ik zag de onmetelijke moerassen gisten, fuiken
Waarin heel een Leviathan rotte in het riet,
Midden in windstiltes zag ik de watervallen duiken,
En de verten door afgronden verdwijnen in het niet!

Gletsjers, zilveren zonnen, het parelmoer der zeeën,
Laaiende hemels! In bruine baaien verraderlijke banken,
Waar reuzenslangen, door de wandluizen aangevreten,
Uit kromme bomen vallen, met walgelijk, zwarte stan¬ken!

Ik had de kinderen graag de goudbrasems willen wijzen,
Vissen van goud, vissen zingend in de blauwe zee.
-Het schuim van bloemen wiegde mijn doldriftig reizen,
De onzegbare winden namen mij op hun vleugels mee.

Soms, martelaar van keerkringen en polen moe,
Wierp de zee, wier snik mij aan het deinen hield,
De gele zuignappen van de schaduwbloemen toe,
En lag ik stil, zoals een vrouw die knielt...




Bijna eiland, slingerde ik op mijn boorden 't krauwen
Van schijtende vogels, blond van oog en scherp gebekt.
Dreef, toen drenkelingen tussen mijn verrotte touwen
In slaap verzonken zich ruggelings hadden uitge¬strekt!

Welaan, ik, boot onder het haar van kreken verloren,
Door de orkaan geslingerd in de vogelloze lucht,
Ik, wiens door de schepen van de Hanse en de Moni¬toren
Nooit op te duiken wrak, ben zat van waterzucht;

Vrij, dampend, door de paarse misten bezeten
Doorboorde ik de hemel roodgekleurd als een muur
Die draagt de heerlijke confituur voor ware poeëten,
Korstmossen van de zon en snotslierten van azuur;

Ik snelde voort, gevlekt met elektrische maansikkels,
Dolle plank, met de zwarte zeepaardjes als escorte,
Toen hemels van ultramarijn onder de prikkels
Van julimaanden in de gloeiende trechters stortten;

Ik beefde, voelde op vijftig mijl het grauwen
Van de bronstige Behemoth en de woeste Stromingen,
Eeuwige spinner van de onbe¬weeglijke blauwen,
Ik betreur Europa met zijn oude borstweringen!

Ik zag de sterrenarchipels! en de eilanden
Waar de koortsige hemel open op de zwerver wacht:
--Ben je in deze bodemloze nacht in slaap verbannen,
Miljoenen gouden vogels, o toekomstige Kracht?

Als ik in Europa een water wenste, dan de plas,
Zwart en koud, waar in het geurig schemertij
Een kind gehurkt vol droefheid aan 't spelen was
En zijn bootje liet varen als een vlinder in mei.

Ik kan niet meer, doordrenkt van uw smart, o gol¬ven
Neem het zog van de schepen weg, met katoen bela¬den,
Onder de kille trots van vlaggen en vlammen bedol¬ven,
Ik drijf niet meer, onder het boze oog van de kaden.

Vertaling: Rien Vroegindeweij

13-08-2008
Geplaatst door: Jan Jacob Slauerhoff

Bravo Pina !